Nederland heeft een lange geschiedenis voor wat betreft de schapenfokkerij.
Op ongeveer 20.000 bedrijven worden bijna 1,5 miljoen schapen gehouden. Gespecialiseerde schapenbedrijven hebben meer dan 300 ooien.
De meeste schapen worden als tweede tak gehouden op melkveehouderijbedrijven, waarbij de ooien aflammeren in het voorjaar.
De fokkerij, vermeerdering en slachtlamproductie vinden hoofdzakelijk geïntegreerd binnen de bedrijven plaats.
De schapen worden voornamelijk gehouden voor de vleesproductie. De winstgevendheid van de schapenhouderij wordt bepaald door de lammerenproductie, groeisnelheid en slachtkwaliteit.
De laatste decennia hebben de schapenhouders veel geld in onderzoek geïnvesteerd, teneinde de winstgevendheid van hun bedrijf te verbeteren.
Door genetisch hoogwaardige rammen in te zetten is grote vooruitgang geboekt in de functionele exterieurkenmerken en de karkassamenstelling.
In het verleden lag de nadruk op vlees- en wolproductie, tegenwoordig is het hoofddoel de verkoop van slachtlammeren van een constante, hoge kwaliteit.