Schapen- en geitenhouders en dierenartsen moeten verdenking van scrapie melden bij de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees (RVV).
Vervolgens bezoekt een deskundigenteam het bedrijf.
Het deskundigenteam bestaat uit dierenartsen van de RVV en de Gezondheidsdienst en de dierenarts van het bedrijf.
Als de verdenking wordt bevestigd wordt het bedrijf geblokkeerd.
Van alle dieren wordt de erfelijke aanleg voor scrapiegevoeligheid vastgesteld.
Dieren worden geruimd met uitzondering van:
- Resistente dekrammen (ARR/ARR)
- Weinig gevoelige ooien, éénmaal ARR (ARR/X). Dieren met VRQ worden wel geruimd.
- Slachtlammeren met éénmaal ARR (ARR/X)
De schapenhouder krijgt een vergoeding voor de geruimde dieren.
Hij moet zich vervolgens aan de volgende afspraken houden:
- Individuele I&R binnen zeven dagen na geboorte
- Vier maal per jaar bedrijfsinspectie door RVV
- Alle dieren van 18 maanden en ouder, die op het bedrijf sterven, moeten op scrapie onderzocht worden.
