Scrapie wordt veroorzaakt door afwijkende eiwitdeeltjes. De kans dat deze eiwitdeeltjes of prionen afwijkend worden is erfelijk bepaald.

Het PrP-gen is verantwoordelijk voor de gevoeligheid. Het gaat om de posities 136, 154 en 171. De posities coderen voor verschillende aminozuren (Valine, Alanine, aRginine, Histidine en glutamine (Q)). Welke aminozuren zijn gecodeerd bepaalt de gevoeligheid voor scrapie (zie ook Betekenis lettercodes) .
Een uitslag van een onderzoek vermeldt drie letters, bijvoorbeeld ARR.
Omdat erfelijke eigenschappen dubbel voorkomen, wordt de uitslag in twee keer drie letters weergegeven, bijvoorbeeld VRQ/ARR. Een ooi of ram vererft één van beide lettercombinaties. Een nakomeling krijgt of de VRQ of de ARR.
Een nakomeling van een ARR/ARR ram (resistent) krijgt altijd minstens eenmaal ARR.
Als de moeder eveneens resistent is wordt het lam ook resistent. Nakomelingen van resistente dieren zijn altijd resistent.